Herinneringen aan de eerste weken in het ziekenhuis.
Nu ik al wat langer thuis ben komen er nog meer herinneringen op me af over de laatste 2 maanden. zo heb ik ongeveer 5 weken op 7 C gelegen. Van vlak na de eerste operatie weet ik niet zo veel meer en ik vermoed dat ik ook nooit meer zal herinneren dan wat ik nu nog weet.
Ik was zo ziek en had zo’n hoge temperatuur, dat ik aan het ijlen was geslagen. Ik schijn dan ook tijdens een van deze koortspieken, de telefoon die naast het bed stond gesloopt te hebben en de hoorn hiervan samen met mijn oplaadkabel van mijn mobiel en een aantal papiertjes in een schoudertas gepakt te hebben en deze aan een van de verpleegkundigen gegeven te hebben, met de mededeling dat wat in deze tas zat erg belangrijk van voor mijn man, mocht er wat met mij gebeuren.
Een andere herinnering is dat wanneer ik gespoeld was, (mijn wond moest 3 keer per dag worden uitgespoeld) ik steevast zei zo en nu heb ik mijn biertje wel verdiend. Dan moet je ook wel weten dat ik al 14 jaar geen druppel alcohol meer had gedronken. De verpleegkundigen die me hielpen met het spoelen moesten dan ook telkens lachen, en zeiden dan is een kop koffie ook goed?
Of verpleegkundige G die dan daarna een mop vertelde (in het engels) over Sophie en Clementine. In een deuk lag ik dan telkens weer, ondanks de pijn. Ik zag dan in mijn gedachten verpleegkundige G als een ringmaster of een ouderwetse cabaretier in vol ornaat en hoge hoed op, voor een volle zaal staan. En zei dan je ben je eigenlijke carrière misgelopen, je had cabaretier moeten worden!
Dan had je verpleegkundige F ook nog, hoe vaak heb ik mijn angsten bij hem geuit? En hoe vaak heeft hij me gerust gesteld? Ontelbare keren. Ook bij broeder G de cabaretier, zijn vele tranen over zijn schouder heen gerold. En zuster E, de lieverd, de senior van de afdeling, wat een schat is zij geweest voor me! En dan nog zusters I en I de kalmte die zij uitstraalde, en de professionaliteit met wie zij mijn wond later een VAC moesten aanbrengen. De avondzusters (en broeders natuurlijk!) die vaak door de pijn mijn buien aan moesten horen? Wat een bewonderenswaardige mensen zijn dat geweest. Niets dan lof voor hun!
Dankzij hun en vele van hun collegae lukte het met telkens om de zin in het leven te behouden op de momenten dat ik het niet meer zag zitten. Zo had je zuster C door mij tante C genoemd, hoe vaak heeft zij mijn hand niet vast gehouden als de artsen weer eens met hun handen in mijn wond zaten, hoeveel blauwe plekken heeft zij niet op haar arm gehad, als de pijn weer eens niet te harden was? En dan toch telkens weer zo lief voor me zijn? Een ding weet ik zeker, ze is een kanjer van een lieve vrouw.
Nu dat ik weer thuis ben en ook eindelijk de foto’s heb gezien van de wond, hoe groot die wel niet was, en hoe lelijk het er wel niet uitzag, begrijp ik eindelijk waarom men zo bezorgt was om mij. Ik ben achteraf bekeken zieker geweest, dan ik ooit heb geweten op dat moment. En nu begrijp ik ook waarom ze telkens weer zeiden, stop toch eens met roken, het heeft zo’n slechte invloed op je wondgenezing. Nu dat ik weet het hoe en wat, begrijp ik het, en vind ik dat ik maar een …… patiënte was die om eerlijk te wezen, stronteigenwijs was.
Ik weet alleen dat als ik ooit weer eens geopereerd moet worden dat ik het liefst naar deze afdeling terug wil. Niets dan goede mensen, verpleegkundigen, en artsen werken hier op deze afdeling. Als ik ooit een enquête moet invullen over de kwaliteit en een rapport cijfer moet geven, over deze afdeling dan is het niets anders dan lof en op zijn minst een 9 voor iedereen die hier werkt!

30 September 2009 at 01:51
Dag Carla,
kon het niet laten even te kijken op je website.
Je hebt het niet makkelijk gehad bij ons meid…. Ik ken er maar weinig die het zo moeilijk bij ons heeft gehad.
Succes met alles, sterkte.
Oh en als je ooit moet terugkomen, wat ik helamaal niet hoop (omdat het dan goed met je gaat)…. Maar ik ga naar Bette Middler in Las Vegas, om inspiratie op te doen.
Liefs, G